Geschiedenis

Gent en Keizer Karel

Het Prinsenhof: residentieel paleis van de graven van Vlaanderen, naar een gravure in Sanderus A. Flandria Illustrata, Keulen 1641, Dl.1. Eén van de belangrijkste woonresidenties uit de 14de eeuw was het domein Ser Sanderswal, in 1323 aangekocht door Simon van Mirabello, een Italiaanse financier politicus. Deze had van zijn vader een fabuleus fortuin geërfd dat hij besteedde aan sociale en religieuze werken.

Ten gepaste tijd stond hij aan de stad leningen toe die hem ook regelmatig werden terugbetaald. Door huwelijk was hij verwant aan graaf Lodewijk van Nevers (1322-1346). Zijn steun aan de Engelse vorst en de politiek van Jacob van Artevelde kostte hem in 1346 het leven.

Zijn woning werd vanaf 1353 door Lodewijk van Male (1346-1384), zoon van Lodewijk van Nevers, tot een grafelijke residentie uitgebouwd, ter vervanging van het oncomfortabel geworden Gravensteen.

Vooral in de 15de eeuw werden belangrijke werken uitgevoerd aan dit complex waar in 1500 Keizer Karel geboren werd. Het Prinsenhof, zoals het toen genoemd werd, was een omwald geheel van 2 ha dat zich uitstrekte van de Abrahamstraat tot aan de nog bestaande Donkere Poort en het begijnhof. De verschillende gebouwen kwamen tot stand in de 15de en 16de eeuw. Ze waren gegroepeerd rond een binnenhof en met brede grachten omgeven. Een grote langwerpige hal was tegen de Sint-Widokapel aangebouwd. Deze vertoonde hoge maaswerkramen tussen smalle penanten bovenaan met pinakels afgewerkt. Daarachter stond de hoge, veelzijdige geslachts- en wachttoren als symbool van de macht en belangrijkheid van de bewoners. In de loop van de 16de eeuw werd nog een dubbele galerij en een aanpalend hoog opgetrokken vrouwenkwartier in renaissancevormen gebouwd. Tegen de hal stonden zes parallelle vleugels die een groot aantal kamers bevatten. Beroemd was de kleine dierentuin, het leeuwenhof, waarvan enkele sporen bewaard bleven in de tuin van het huidige karmelietenklooster in de Burgstraat.

Een zeshoekig tuineilandje lag afgezonderd in een verbreed gedeelte van de gracht. Rust en ontspanning werd gezocht in de omringende siertuinen en op de schietbaan die uiterst links afgebeeld is. Twee ophaalbruggen zorgden voor de toegankelijkheid ervan vanuit het paleis.

Een derde, vaste brug verzekerde de verbinding van de hertogelijke woning met een ruim voorplein. De toegangspoort uiterst rechts boven zichtbaar, bleef bewaard, de rest van de gebouwen verdween in de loop van de 19de eeuw uit het stadsbeeld.

(uit: B. Bailleiul & A. Duhameeuw, Een stad in opbouw, Gent voor 1540, Tielt, 1989, p.158)

Het prinselijk Hof ten Walle in Gent

Onder impuls van de Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie vzw wordt er sinds november 1998 gewerkt aan een inventaris van het Prinsenhof. Het project vat aan de hand van nieuw onderzoek de huidige kennis over het Prinsenhof samen en geeft het erg gefragmenteerde overgebleven erfgoed een nieuwe kans in het Gent van de eenentwintigste eeuw.

Opgravingen, muuronderzoek, relicten die her en der werden gerecupereerd, evenals de getuigenissen van negentiende-eeuwse oudheidkundigen leveren de materiële gegevens, de sporen en bouwelementen die onder leiding van de Dienst Stadsarcheologie worden ontcijferd en in hun context gesitueerd.

Er is de ontsluiting van nauwelijks bestudeerd archiefmateriaal waarbij historicus Daniel Lievois voornamelijk de klemtoon legt op de vijftiende eeuw en duizenden data bijeenbracht voor de kennis van het Hof ten Walle, later Prinsenhof. De studie van de geschreven bronnen in de Archives Départementales du Nord (Lille, Rijsel) bracht een onverwacht "surplus": de ontdekking van een nog niet geïdentificeerde plattegrond van 1649, die het hele Prinsenhof gedetailleerd in beeld brengt. Samen met de iconografische documenten uit de Universiteit Gent (verzameling Van Lokeren, Handschriftzaal) en het Stadsarchief (atlassen De Keyser en Goetghebuer) laat dat plan toe de materiële sporen in hun juiste context te duiden.

De Gentse methode van huizenonderzoek was essentieel voor het speurwerk van de verkaveling, vanaf 1649 voor het zuidelijke deel, vanaf 1777 voor het kerneiland. Tegenover verkaveling en degradatie staan de pogingen tot herwaardering, waarmee het nieuwe boek wordt afgesloten. Zo kan elke geïnteresseerde op een wat ongewone manier kennis maken met de ontwikkeling van burggrafelijke mottekasteel tot een stille, wat vergeten stadsbuurt. De bouwhistorische kennis vormt daarenboven het kader voor talloze wetenswaardigheden over het leven in het vijftiende-eeuwse paleis en zijn afhankelijkheden zoals de beroemde leeuwenhof. Marie Christine Laleman "Het prinselijk Hof ten Walle" is een uitgave van de Gentse Vereniging voor Stadsarcheologie -